7. sep, 2021

Woerden

Mijn jeugd belevenissen in Woerden

 

Ik ben in Augustus 1940 in Kamerik geboren en 5 jaar op de lagere school geweest, daarna moest ik op de fiets naar Woerden om bij 'baas Eijlers' de brugklas te doorlopen om bij 'Leenheer' naar de MULO te gaan in hetzelfde gebouw ( Wilhelminaschool ) aan de Oostsingel. In Woerden knipte kapper Scholman o.a. mijn haar, was Dr Okker aan de Westdam mijn tandarts, kreeg ik judoles van Simon v/d Veen uit Utrecht in een zaaltje van Stadsherberg Ruijs , het witte gebouw in de Voorstraat, waar ik ook de eerste bioscoop film aanschouwde. Liep zo'n keer of vijf de avondvierdaagse mee met SSS de atletiek vereniging onder leiding van Brandenburg, kuste mijn eerste vriendinnetje bij het net geopende zwembad met gescheiden baden voor dames en heren, dus ook jongens en meisjes. Zag de schoorstenen ineen storten tijdens de brand van de Dakpannenfabriek, ook het afbranden van het belastingkantoor was een sensatie. Ik zag bij de Snellerbrug duikers zoeken naar het 'moordwapen' van politieagent van Eck, in de buurt van het station, wachtend voor de eeuwigdurende gesloten spoorbomen, zag je vaak postbode "dikke Put" met een afgeladen kar met poststukken of Ton Hoek bezig aan zijn 'zijspan' of ander onduidelijk militair voertuig.

Ik had er ook eens een ‘ aanvaring’ met de oer sterke en dikwijls dronken zijnde “ dove Jan” ( Versluis ) die zwalkend met een bakfiets de Westdam onveilig maakte.

De slotavonden van de WVW met vuurwerk en hossen door de stad staan me nog bij ook hoorde daar de rondjes bij die ‘ Sik Vermeulen’ met Woerdense mooie meiden door de stad reed.

Niet te vergeten de jaarlijkse ‘koeienmarkt’, die je ‘ s morgens met zo’n vijf piek in de zak bezocht, je poffertjes at bij een sterke lucht van erwtensoep ,de standwerkers bewonderde en je gewiekst bij een leuk grietje in de botsauto stapte, maar tegen een uur of drie door geldgebrek moest zijn afgelopen. Het eerste zakje friet kocht ik er bij de frietkraam van van Leeuwen, bij een standplaats aan de de Haven.

Leerde biljarten in het Dorstige Hert bij Snor van Dam aan de Leidsestraatweg, waar de zorgzame mevr. Van Dam haarscherp in de gaten hield of je niet te veel ‘consumeerde”

Met Aart van Vliet, een klasgenoot op de MULO en woonde in de Julianastraat, was ik eens bij molenaar Hoogendoorn in De Windhond, waar hij meel maalde voor o.a de tegenoverliggende bakkerij van de Wijngaard, waar ook ene “Arie” woonde die schilder was en zo “gek als een deur” die ik bezig zag in een werkplaatsje aan de markt, wellicht van Bart van Eijk de “schilderende Dansleraar”

Joop Diepenbroek, een der chauffeurs van de Brandweer woonde ook aan de Markt, ( Meulmansweg ) boven de garage van Brandsen waar ook de brandweerwagen stond gestald. Joop, eigenlijk automonteur, werkte ook voor de grasdrogerij van Koetsier op Rietveld, in de buurt van de gedateerde Villa van Sik sr. Vermeulen, de redelijk vermogende orgel- en pianohandelaar, die niet altijd even recht schaatste zoals zijn buurjongen Arnold Vroege die met Joop v/d Berg samen hun mannetje op het ijs stonden.

Met Nico Tentua, mijn Molukse schoolmaatje, ging ik mee naar zijn ‘ thuis’ de voormalige legerbarakken aan de Utrechtsestraatweg tegenover de stinkende koeienhuiden opslag van Lunenburg.

Dit allemaal voor 1957 want toen meldde ik me, op het oude politiebureau aan het Plantsoen, aan om dienst te nemen als beroepsschepeling bij Kon. Marine en begon er een geheel nieuwe periode op diverse andere plekken van de wereld, voor me aan. Keerde na jaren wel weer terug, daarover een volgende keer.