Auto rijden.

 

Voor ik in 1959, ten gemeentehuize van Rotterdam mijn eerste ‘roze canvasachtige papiertje’ met stempels achter de letters B en E ophaalde, waarmee ik legaal een vierwielig motorvoertuig mocht gaan besturen, had ik al zeer veel ‘verboden kilometers’ gemaakt.

Verboden, omdat ik al ver voor de toegestane leeftijd, achter het stuur was gaan zitten om eerst, chauffeurtje te spelen, en ietsje later alvast de motor te starten, opdat Pa zo weg kon rijden, werd ik al snel door hem aangemoedigd dan ook de auto maar in beweging te brengen en deze te verplaatsen.

Zo ook op een dag, dat ik bij hem in de bakkerij bezig was, hij opmerkte nu eerst de auto maar eens uit de garage te halen om deze te laden, ik hem vooruit holde, achter het stuur plaats nam en alvast startte, gassend wachtte ik af, doch Pa stapte niet in maar zwaaide, achter de Jeep staande, luid roepend, maar achteruit de garage uit te komen. Je weet toch hoe dat moet !!??!! 

Ik denk dat ik op dat moment een jaar of negen was, misschien tien maar zeker niet ouder, mijn benen waren nog te kort om 2 pendalen tegelijk in te trappen. Toch deed ik wat hij me opdroeg, schakelde in zijn achteruit en zette de auto voorzichtig in beweging. Het ging prima, stopte keurig naast de schuur, nu in een bocht om de schuur heen, om aan de andere kant van schuur zo’n 2-3 meter voor de serre, voor de deur van de ‘broodschuur’ halt te houden. Ik schakelde in zijn één, gaf gas en liet de koppeling opkomen en reed met een sierlijke bocht, maar net even te hard, om de schuur en moest nu doen waar ik nou net nog niet toe was uitgerust, 2 pendalen  (koppeling en rem ) tegelijk in trappen. Dus…. Een flinke klap volgde … ik liet alles los  en de motor sloeg af  ( gelukkig!! ) en de auto stopte net voordat de deuren van de achtergevel van ons huis waren bereikt. Van de serre was weinig meer heel, veel glasschade en gebroken staande palen en raamwerken. Ik had de voorgenomen ‘sloop’ wat vroegtijdig doen aanvangen. Het was ook m’n eerste opmerking toen ik, behoorlijk geschrokken, uit de auto kroop “ Hij moest toch weg!!”

 

Het heeft een heel poosje geduurd voor ik mijn ‘coureurs opleiding’ voortzette de schrik zat er bij zowel mijn vader als bij mij behoorlijk in. Maar de tijd heelt de ‘wonden’ vervaagt de angst en laat ook benen langer worden.

Ook vond pa het wel makkelijk als de auto alvast naar de volgende klant was doorgereden en wakkerde me daar regelmatig toe aan of stond 3 huizen verder te zwaaien om op te rijden en binnen de kortste keren stuurde hij mij bij de boeren het pad op, om zelf aan de weg een paar klanten te bezorgen. Zo duurde het niet lang of ik zat meer achter het stuur dan hij zelf, hij was hier zeer gemakkelijk in, een voorgeschreven minimum leeftijd kende hij niet. Hij stuurde me met het grootste gemak alleen naar de Oude Dam om een bestelling weg te brengen als hem dat zo uit kwam en dat was dikwijls zo.

Zo ook een keer moest ik wat in Oud Kamerik bezorgen, en zo ongeveer bij de Kwakel kom ik “bromsnor” W. tegen, die me met een verbouwereerd gezicht nastaart, maar verder niets onderneemt. Dat deed hij ’s anderen daags, toen ik van school ( de MULO in Woerden )  ’s middags met de fiets huiswaarts reed, stond ‘Veldwachter W’ zeer strategisch en met zeer veel opsporingskennis en -bevoegdheid, bij het gemaal aan de van Teijlingenweg, me op te wachten, naar alle waarschijnlijkheid.

Toen ik hem, rustig fietsend naderde stak hij zijn rechterhand omhoog, het geen ik ook deed en hem tegelijk vriendelijk goede dag zei, riep hij met luide stem “Ho Ho stoppen, je ziet toch dat ik een stopteken geef” dit had ik echter niet zo begrepen, maar trok toch de remmen maar aan.

Toen hij me eenmaal staande had, het volgende gesprek: “Zag ik jou gisteren in Oud Kamerik auto rijden?” Ja meneer. Jokken was uitgesloten, we hadden elkaar namelijk midden in het gezicht aangekeken.  W. vervolgt: “Ik heb op het gemeentehuis eens nagekeken wanneer je bent geboren en zag dat je in Augustus pas 16 wordt, en dus lang geen rijbewijs kan hebben.”  Klopt meneer, “Dan moet ik je feitelijk bekeuren” Ja maar ik moest een bestelling wegbrengen!  “Dus je vader wist dat je met de auto weg was?” Ja meneer,  “Dan overleg ik het wel met hem, rij maar door “

Enkele dagen later stapt Dhr. W. bij pa de bakkerij binnen en begint, na zijn beklag over het slechte weer en nog wat ‘onbenulligheden’, over het autorij incident, wat hij eigenlijk niet kan tolereren, want er wordt maar wat aan gekrost in Kamerik door al die ‘snotapen’ die geen rijbewijs hebben en eigenlijk nog niet eens brommer mogen rijden volgens hem. Dan Pa:  O ja???  Ja man. Die van die groenteboer doet ook maar! Rijd ook maar of het allemaal normaal is. Over die ‘vlegel’ van Driekus van Rossem zullen we het maar helemaal niet hebben, die scheurt over Oud Kamerik of de gehele weg van hem is. Nota bene met zijn vader naast hem. Vandaag of morgen gebeuren er ongelukken en krijg ik grote problemen, er wordt nu al over gezeurd. Dus laat ik het niet meer zien, anders gaat het geld kosten.

Blind is hij niet geworden, want dan was hij zeker geen agent meer geweest, maar slecht ziend waarschijnlijk wel, of hij heeft steeds de andere kant uit gekeken, want ik heb nog zeker 3 jaar lang veel ‘verboden kilometers’ gemaakt en echt niet alleen in Kamerik.  Wel kreeg ik van Pa de boodschap mee, dat ik bij eventuele problemen, moest vertellen dat ik de auto zonder zijn toestemming, had meegenomen. Het is gelukkig nooit nodig geweest, net zo min als er ooit een bekeuring voor is gekregen of betaald. Ik ben er wat dat betreft altijd behoorlijk ‘doorgezwijnd’ 

 

          

 

           .