Groningen Hoogezand Sappemeer.

Het is inmiddels 1949 en ik zit in de derde klas, eerste lokaal bij binnenkomst van de school, op de tweede bank van de tweede rij, naast Maarten Romijn. Meester van der Horst, een nog zeer jonge onderwijzer, vermoedelijk net van de "Kweekschool", zoals de huidige Pabo toen werd genoemd, mag proberen ons iets bij te brengen. Hij gaf les aan zowel de derde als de vierde klas, deze zaten namelijk beiden in één en hetzelfde lokaal, en deed dit naar mijn gevoel goed en met veel plezier.
We leerden o.a. bij hem de Provincies van Nederland met hun hoofdsteden en een serie grotere plaatsen uit de provincies, we 'zongen ' het Groningen, Hoogezand, Sappermeer, Winschoten.... enz. luidkeels als hij deze plaatsen aanwees op de, aan het bord opgehangen, uitgerolde landkaart. Voor vaderlandse geschiedenis wist hij ons ook te interesseren, door bv. eerst een hoofdstuk of zo voor te lezen om daarna wat dieper op de materie in te gaan, gaf gelegenheid tot vragen stellen en als we dachten dat we het wel wisten, draaide hij de rollen om en begon hij ons het een en ander te vragen, om te testen of we wel echt iets hadden opgepikt, van jaartallen had je eigenlijk nog maar weinig benul, je dacht eigenlijk dat hij iets vertelde, wat 'vorig jaar ' had plaatsgevonden.
De rijtjes jaartallen: zo van 1000 jaar voor Christus de Batavieren in ons land en 1096 tot 1291 de Kruistochten, 1600 Slag bij Nieuwpoort ,1602 Oost Indische Compagnie opgericht en weet ik veel. Bonifacius bij Dokkum vermoord enz. bleef ons toen nog bespaard, deze 'Lekkernij' kregen we een paar klassen hoger, wel overhoorde hij ons iedere Maandagmorgen een vooraf opgegeven psalm, welke we in het weekend uit ons hoofd moesten leren. Natuurlijk kregen we ook taal en rekenen van hem, van de taallessen herinner ik me nog hoe moeilijk ik het had met het D of DT 'gebeuren' en de vormen in de verleden tijd van enkel of dubbel D enz. Het vermenigvuldigen en delen, bij rekenen ging me wat beter af.
Het laatste halfuur van de schoolweek, vrijdag 's middags dus, werd meestal besteed aan voorlezen, dit dan voor zowel de derde als de vierde klas natuurlijk, het staat me nog heel goed bij. Meester van der Horst was hier een 'kei ' in, hij wist de verhalen van " In de Soete Suikerbol " zo boeiend te lezen, dat je een blad kon horen vallen.
Bij meester van der Horst kon ik een aardig 'potje breken' eens na een vrijdagse voorleescessie en afsluiting met gebed, verzocht hij me even te blijven zitten, nadat de klas leeg was, vroeg hij mij of ik er zin in had om het weekend met hem mee te gaan naar Utrecht, waar zijn ouders woonde en hij in de weekenden altijd nog verbleef, in de week was hij in pension bij een Kamerikse familie,'in de kost' noemde ze dat, nadat ik te kennen had gegeven dit wel leuk te vinden, liep hij met me mee naar huis om ook van m'n ouders de goedkeuring te krijgen, hij vertelde dat hij lid was van een soort toneelclubje en dat er voor zaterdagavond een uitvoering op het programma stond en dat dit voor kinderen ook best leuk zou zijn en hij het op zijn beurt wel leuk vond mij er een plezier mee te doen, ook was hij voornemens mij het een en ander van Utrecht te laten zien, o.a.  een beklimming van de Domtoren stond op zijn program. Mijn ouders hadden geen bezwaar, dus het geschiedde.
Ondanks dat het ruim zestig jaar geleden is dat een en ander plaats vond, weet ik van het toneelstukje nog iets van een 'spookachtig gebeuren' van figuren onder een wit laken met maskers en lampjes of iets van dien aard, de strekking van het verhaal ben ik helaas kwijt. Het beklimmen van de Domtoren weet ik ook nog heel goed, de smalle rondlopende stenen trap met uitgesleten treden staan me nog voor de geest net als de ruimte waar het uurwerk en een mechanisme voor de zgn.'Westminster' staat opgesteld kan ik me nog goed herinneren, het westminster is een grote ronde trommel met uitstekende lippen die bij het draaien van de trommel, in werking gesteld door het uurwerk, toetsen bedienen die op hun beurt een klepel tegen een klok van het carillon laat slaan, waardoor er ieder kwartier een kort melodietje over Utrecht wordt 'uitgestrooid', zo is mij het begrip carillon, beiaard en beiaardier bij gebracht, ik vond het reuze interessant. 
Voor een goed uitzicht was de lucht niet optimaal,een  beetje nevelig, maar ondanks dat, waren de hefsluizen in het Amsterdam-Rijnkanaal bij Wijk bij Duurstede redelijk goed te zien vanaf de bovenste toren omloop, ook Kasteel De Haar in Haarzuilen was zeer goed te bewonderen, doch Kamerik  ging in de nevel 'ten onder' bij normale omstandigheden zou volgens 'De meester' dit ook zichtbaar zijn geweest. 
Ik heb het als een avontuurlijk, leuk en leerzaam weekend ervaren.
Meester van der Horst moet vrij kort daarna van Kamerik zijn vertrokken, want in de vierde klas kreeg ik Meester Boer, daar beleefden we weer andere dingen mee, maar daarover later nog maar eens.



“De lagere school”

 

Eigenlijk ben ik de 5 klassen van de lagere school gemakkelijk en niet al te spectaculair door gekomen. Enkele bijzondere voorvallen en personen ec. weet ik me nog wel te herinneren.

 

Eerstens was dat b.v. Annie N. een ‘zwak begaafd’ meisje, zo’n jaar of anderhalf ouder dan ik, en de eerste klas al voor de derde keer ‘deed’ toen ik bij haar in de klas kwam. Met Annie beleefden we ‘van alles’ maar zeer weinig iets wat met leren te maken had, dan weer had ze ruzie met een klasgenote en stompte haar een bloedneus, de andere keer was ze haar vlakgom kwijt en bleek ze dit te hebben opgegeten, of liet een ‘knetterende wind’ tot hilariteit van de leerlingen, maar natuurlijk tot ergernis of misschien wel ‘wanhoop’ van Juffrouw Snappers.

Toen er in Woerden een BLO-school  werd geopend, ik denk zo rond 1950, is Annie daar naar toe verhuisd en enige tijd later was ze ook thuis niet meer te handhaven en is in een ‘inrichting’ terecht gekomen.

 

Ook een zeer trieste gebeurtenis is mij bijzonder bij gebleven. Ik zat in de tweede klas toen er een buurjongen en vriendje van me, Harmpje  H. , die in de eerste klas zat, vrij plotseling overleed, het was aan een buik- of hersenvliesontsteking, dat weet ik niet meer, wel weet ik nog dat hij slechts enkele dagen ziek was toen hij in een weekend is overleden en dit             ’s maandags op school ‘insloeg als een bom’ bij zowel de leerlingen als het ‘onderwijzend personeel’

Ik herinner me nog dat er een flink aantal, ik denk de klas- cq lokaalgenootjes, aanwezig waren op zijn begrafenis en gezamenlijk “Gelijk het gras is ons kortstondig leven” ‘ten gehore’ brachten.

Harm was een rustig lief knaapje uit een groot gezin, hij had 4 broers en een zuster boven hem en nog een zusje en broertje onder hem. Hij vertoefde erg veel bij huize Burggraaf, ook mijn jongere zussen konden prima met hem overweg en we speelden veel in en om ons huis. Als zoiets dan plotseling ‘wegvalt’ heeft dit natuurlijk wel ‘impact’, wij kinderen, maar ook onze ouders hebben daar toch nog een heel poosje ‘weet’ van gehad.

 

Een iets oudere broer van Harm, Henk, is degene geweest die mij ‘warm’ heeft gemaakt voor de Kon. Marine, na zijn lager- en technische school en ik dacht nog een leerschool bij Wekspoor, ‘tekende’ hij voor zes jaar bij ‘De Baas’ als machinist.

Nog maar net in dienst en nog in opleiding op MOK te Hilversum, maakte hij mij met zijn verhalen zo enthousiast dat het voor mij vast kwam te staan dat ik zo’n ‘avontuur’ liever aanging dan ‘bakkertje’ op een dorp als Kamerik

 

 

 

Met Jan van Vechten, Ries Berger en Maarten Romijn bij meester van der Horst.