Met Joop op de step

De "Buurt"

  Riet en Joop Tuithof waren destijds de jongste twee kinderen van de familie en woonden zo’n drie huizen bij ons vandaan, ook zij liepen bij ons gemakkelijk ‘in en uit’ maar wel minder dan ik dat deed bij hun. Riet zal zo’n jaar of twaalf - dertien ouder zijn dan ik , en Joop een jaar of twee minder. Dus ze ’puberden’ toen ik een jochie was van een jaar of drie. Ze sleepten mij letterlijk overal mee naar toe, wel afzonderlijk van elkaar. Ze haalden me in huis, bij de rest van de familie die toen nog ‘in huis’ waren, een oudere zuster van hun en natuurlijk hun ouders ( de rest van de familie, een paar oudere broers, was reeds getrouwd  en woonden in Woerden ) en ‘verwenden’ me tot in de afgrond. De familie Tuithof  was Rooms Katholiek, eigenlijk een beetje een uitzondering, want op “Het Dorp” woonden overwegend Protestantse gezinnen, Nederlands Hervormd  of Gereformeerd. De kerken van deze Gemeenten stonden ook op ‘ Dorp ‘ De Katholieke kerk stond aan ‘De Kanis’ een buurtschap zo ruim een kilometer verderop langs de wetering, waar de bewoners dus overwegend Katholiek waren. Wij waren ‘thuis’ Ned. Hervormd, althans zo was ik gedoopt en zo had ik leren bidden, doch verder werd er niet zo veel aandacht aan besteed. Mijn ouders gingen nauwelijks of geheel niet ‘ter kerke’ hun Zondag was hen op een andere manier “heilig”.

De familie Tuithof echter was praktiserend ‘goed Katholiek’ derhalve hing er boven de deur van de keuken naar de kamer een ‘zeer overtuigend Christusbeeld aan het kruis’. Ik herinner mij dat dit beeld een behoorlijke indruk op mij maakte en erg veel vragen bij mij opriep, waarom moest nou een man met zo’n vriendelijk gezicht aan een paar balken worden ‘getimmerd’?? Moeder Tuithof gaf dan uitvoerig, doch voor mij onbegrijpelijke, uitleg.

Ook hadden zij een soort spaarpot voor ‘de nikkertjes’ het knikkende negerkopje als je er iets ingooide, intrigeerde  mij op een bijzondere manier, ook werd er zilverpapier gespaard voor de paters van de “missie”  wat dat dan ook wezen mocht ???

Mevrouw Tuithof werd door mij U Tuithof genoemd, dat was me zo ‘geleerd’ door Riet.

Omdat ik aldoor tegen iedereen liep te ‘jijen en te jouwen’ zoals ieder kind, vond Riet, terecht, dat ik dat tegen haar moeder niet kon maken en corrigeerde ze mij dus regelmatig dat het niet jij maar U  moest zijn, dus Riet’s moeder heette voor mij  U Tuithof.

 

Riet’s vader heette Chris en was veehandelaar, daar herinner ik me o.a nog van dat hij me schijnbaar eens wilde ‘verrassen’ en me mee ‘de boer ‘ op nam om een koe op te halen, ik vond dit aanvankelijk wel leuk, ik zat bij hem achterop de fiets en vond een en ander wel interessant, toen bij de boerderij de koe uit de wei was gehaald en de terugreis werd ingezet, met de koe in de ene hand en de fiets in de andere van ome Chris, en bleek dat alles lopend moest gebeuren, vond ik er al niet zo veel meer aan, want het was toch een behoorlijke afstand wat we dienden af te leggen, na een paar honderd meter begon ik al te zeuren dat ik moe was en wel weer op de fiets wilde, ja dat kon natuurlijk niet, ik kreeg ‘ome Chris’ wandelstok in de hand geduwd en moest maar achter de koe gaan lopen dan ging het beestje wel wat harder lopen en waren we zo weer thuis. Dit ging echter niet ‘echt goed’, ik sloeg het beest met de wandelstok op de kont waarop deze duidelijk zijn ‘ongenoegen’ te kennen gaf middels een paar ongecontroleerde sprongen waarop “De Heer Tuithof “ ook niet had gerekend en derhalve op ‘verkeerde wijze ‘ Onze lieve Heer ‘ aanriep’ en mij aan het huilen zette. Met een ‘jankend jong’, achter zich aan moest ‘Chris’, ook al niet al te ‘vrolijk’ meer, de reis afmaken. Hij heeft me nooit meer meegenomen!

 

Riet daarentegen wel, ze nam me dikwijls mee naar Woerden als ze één van haar oudere broers bezocht of zo, één van hen woonde boven een ijssalon, dat was natuurlijk helemaal te gek, want als we daar waren, liep ik er altijd wel ééntje van een ‘duppie’ op!

 

Joop hield me weer met andere dingen bezig, hij ondernam nog wel eens ‘verre reizen’ met me, hij stepte bv  ‘de Kanis’ of ‘de Plompjes’ met me rond, een brug over de wetering verderop, een ritje van een kilometer of twee. Ook leerde Joop me ‘vissen’, dat wil zeggen hij probeerde het, ik vond  dit echter toen al weinig ‘boeiend’ en zat hem eerder in de weg door met mijn bonenstaak met ‘garensimmetje’, haakje en een dobber van een kippeveer  door een kurk, in het water te ‘klooien’, terwijl Joop urenlang kon zitten wachten op een beest wat hij nog nooit had gezien.

Joop nam me ook nogal eens mee naar Linschoten naar de afrit van “De Nieuwe Weg”, wat nu Rijksweg twaalf is en toen net was geopend. Hij zette me dan voorop de stang van zijn fiets en reden we de ca 5 kilometer naar het viaduct tussen Woerden en Linschoten, daar haalde hij me dan van de stang en zette me neer terwijl ik bijna ‘door m’n hoeven zakte’ van wegen de ‘slapende benen’ die ik had opgelopen door het zitten op de stang. We ‘nestelden’ ons dan zittend op de vluchtstrook met onze rug tegen het muurtje van het viaduct en telden Joop hardop de auto’s die voorbij kwamen en leerde mij zodoende ook tellen. Ook zwaaiden we naar de ‘passanten’ die op hun beurt dikwijls terug zwaaiden of claxonneerden, dat ging toen nog, zoveel verkeer was er immers nog niet. Waar je als kind al zin in had hè ??

Joop is, na zijn lagere schooltijd, als ‘leerling’ gaan werken bij  Dirk Sterkenburg  in de ‘schoenmakerij’, dit levert weer een heel ander ‘hoofdstuk’ op, daarover graag een volgende keer.

De Kamerikse wetering in het dorp.