Het bruidspaar Dick en Theuna

Dick en Theuna werden dus een koppeltje die het stevig ‘te pakken had’, ondanks dat Theuna al niet meer bij ons ‘de hulp in de huishouding’ was, kwam zij toch nog regelmatig ‘over de vloer’ al of niet met Dick, die voor de familie ook geen onbekende was en wiens  jongere broer(tje) ‘kneggie’ was in de bakkerij bij pa. Theuna had een zwak voor ‘de kindertjes Burggraaf’ zij lagen haar na aan het hart, zo gezegd. Sleepte ons overal mee naar toe, paste op, ook al weer, al of niet ( liever met natuurlijk ) Dick. De liefde bloeide zeer bij Theuna

Toch rezen er problemen, Dick moest naar Indië !! Geen vreugde bij de thuisblijvers natuurlijk.

Hoe een en ander is gegaan weet ik niet precies, of Dick nu ‘vrijwilliger’ was of  dienstplichtig, ik weet het niet. Wel weet ik dat Dick, in de laatste ‘oorlogsperiode’ en vlak erna aangesloten of in dienst was, ( hoe zeg je dat? ) bij de Binnenlandse  Strijdkrachten, ik zie hem nog in een blauwe overall met brede riem en alpinopet op en een ‘stengun’ bij zich, met een maatje van hem, ergens in de polder bij één of andere dijk met duiker en een gemaaltje, wacht of patrouille lopen. Dick is als lid van het Korps Mariniers via Amerika naar Indië afgereisd en ik meen bijna 3 jaar weg geweest. De details van een en ander, zoals de tijdstippen van vertrek en repatriëring enz. weet ik niet meer. Theuna en Dick zijn na Dick’s ‘Indië avontuur’ wel een echtpaar geworden, Theuna heeft al de jaren, zo gezegd ‘op Dick gewacht’ dit kan voor haar onmogelijk een prettige periode zijn geweest, ik herinner mij, een ‘stevige’ correspodentie  tussen de twee, waarbij ik de postzegels van Theuna kreeg, wat mij aan het ‘sparen’ daarvan zette. Ook weet ik nog, dat we op een keer persé naar de radio moesten luisteren, want Theuna zou er op te horen zijn, dit i.v.m. een of ander programma voor ‘Groeten aan de militairen over zee’ of zo’, zo iets als “Hier Bandoeng” waarschijnlijk, misschien weten de ‘oud Indië gangers onder ons hier wat meer van?

Ook herinner ik me nog heel sterk de serenade die Dick mocht ontvangen bij thuiskomst uit ‘De Oost’ van de plaatselijke muziek vereniging “Nieuw Leven”. Terwijl deze “Het Wilhelmus” ten gehore bracht, stond Dick in uniform met cap of kepi, hoe zo’n ding ook heten mag, in de versierde deuropening van zijn ouderlijk huis, met het bordje “ Welkom thuis “ boven zijn hoofd en ‘salueerde zeer overtuigend’, ik moest een beetje huilen want ook Theuna ‘weende zeer’. Bij dit schrijven en de gedachte aan toen, hou ik zelfs nu de ogen nog maar  moeilijk droog.    
              
Dick en Theuna zijn niet zolang erna getrouwd ( mijn zusjes waren ‘bruidsmeisje’ ) en zijn in

Zuilen, bij Utrecht gaan wonen. Dick had zich een baan verworven bij een fabriek in chemicaliën en zich door zelfstudie ( PBNA lessen ) naar een behoorlijke positie weten op te werken, iets wat niet voor iedere ‘Indië ganger’ was weggelegd. We, zowel mijn zussen als ik, hebben nog diverse keren bij hun gelogeerd. Het laat zich niet moeilijk raden wat Theuna voor ons heeft betekend. Dick en Theuna hadden 1 zoon en Theuna is in navolging van haar vader, veel te vroeg gestorven, zij is eind jaren zestig of begin zeventig aan kanker overleden.

Dick is weduwnaar gebleven en zo’n jaar of twee geleden gestorven.

 

Een broer van Theuna, Dirk, is misschien wel mijn ‘grote voorbeeld’ geweest, Dirk is namelijk ook meerdere jaren, ik denk ook zes, bij de Kon. Marine in dienst geweest als matroos.

Toen ik in 1957 bij de K M  kwam en in de kantine de muurtekeningen, ‘sloep naar de wal’ ’katje halen’ enz. ontdekte, moest ik onmiddellijk terug denken aan een kaart met dezelfde afbeeldingen erop, die we ooit eens van hem hadden ontvangen toen hij net in dienst was. Dirk heeft zo omstreeks 1956 de K M verlaten en is in ‘De Sleepvaart’ terecht gekomen. 
 

Bertus

 

Dan was er het broertje van Dick, Bertus, hij was het ‘kneggie’ van pa in de bakkerij en was derhalve net ‘Haarlemmer olie’ overal goed voor, want mijn vader was naast ‘bakker’, waarmee hij geacht werd de kost te verdienen, een enorme ‘zelfdoener’ van bouwvakker, timmerman, tot  automonteur toe en kon ook bij alles, hulp ‘zeer goed verdragen’ Bertus was op zijn beurt ook wel in meerdere dingen dan ‘brood en koek’ geïnteresseerd, dus zij konden ze het samen prima vinden. Bertus is, totdat hij als milicien in dienst moest, ( kwam ironisch genoeg ook bij de Mariniers terecht en werd er chauffeur ) bij ons blijven werken, en was zodoende zes dagen van de week over de vloer en kwam soms zondags nog even een ‘bakkie’ doen of samen met zijn maatje Cor, hun fiets ophalen, die zij ’s Zaterdags al hadden ‘gestald’, omdat ze van hun ouders ’s Zondags niet mochten fietsen, de familie ‘wist van niets’ en speelde het spel zo wel mee.

Ook van Bertus hebben ik vast wel het een en ander opgestoken, al was het maar zijn ‘rot’ streken, het was een kwajongen eerste klas en ‘pesten’ kon hij als geen ander. Toch bestond er zodoende tussen Bertus en mij een soort ‘haat – liefde verhouding’, we konden niet met elkaar maar ook niet zonder, we zochten elkaar altijd wel weer op. Eenmaal kan ik me herinneren, moest er echter een ‘interventie’ van mijn moeder plaats vinden opdat het niet geheel uit de hand zou lopen, wat was er namelijk aan de hand?

We waren inmiddels in het bezit van een auto en mijn vader moest, voor een ‘akkefietje’, naar een dorp in de buurt van Utrecht en nam mij mee, op het adres aangekomen, verliet pa de auto met de boodschap wacht maar even hier, ik ben zo terug, het ‘akkefietje’ was vermoedelijk niet voor kinderoren bestemd, maar ondertussen waarschijnlijk een AKKEFIET geworden, want de ’visite’ ging erg lang duren, op zich misschien nog niet zo’n probleem, ware het niet dat ik en passent buikkrampen kreeg en derhalve hoog nodig van een toilet gebruik diende te maken, benul van aanbellen om een en ander kenbaar te maken had ik nog niet, ik denk dat ik een jaar of vijf was, edoch plat uitgedrukt: “ ik scheet in mijn broek ” en dit heel erg ‘letterlijk’. Toen pa mij enige tijd later, huilend, in de auto aantrof, hoefde hij niet te vragen wat het probleem was, zijn neus had hem reeds ingelicht. Na wat ‘schoonmaak werkzaamheden’ in de berm en sloot langs de weg en wat verzoenende woorden van pa, hij voelde zich wellicht wat schuldig, werd de reis terug naar Kamerik  ingezet.

Thuis bleef het incident natuurlijk niet onopgemerkt en zeker niet geheim, dus ook Bertus was al snel van het gebeuren op hoogte. Hiervan heb ik geweten! Hij voegde een nieuwe dimensie aan zijn ‘getreiter’ toe. Als hij me maar zag wist het ‘serpent’ me er mee te pesten, met ‘wat stinkt het hier toch’ of hé ’broekepoeper’ en al zulk soort opmerkingen  kon hij mij ‘des duivels’ maken, ja zelfs een vies gezicht trekken was al voldoende om me vreselijk ‘op de kast’ te krijgen, wat hem schijnbaar ‘in vreugde deed leven’ dit liep echter een keer zo hoog op, dat ik, in al mijn nijd, een mes uit een la greep en deze naar zijn kop smeet, het mes miste Bertus doch echter niet zijn doel en uitwerking. Mijn moeder greep terstond in, ook voor haar was de maat vol, en sprak ons boos en vermanend toe, sprak Bertus ‘zeer ernstig aan’ en beval ‘de grote lummel’ onmiddellijk met dit ‘gesodemieter’ op te houden voor er echt ongelukken zouden gebeuren. Bertus koos ‘eieren voor zijn geld’ 

    

Het is tussen Bertus en mij, wel weer goed gekomen hoor.

Ik meldde het reeds, Bertus  werd dus chauffeur bij ‘Het Korps’. Ooit op een bevrijdingsdag, of hemelvaartsdag  of zo, ik had in ieder geval vrij van school, kwam Bertus ‘voorrijden’ met een legertruck ( je )  met een groot rood kruis erop, en samen met een maatje, vermoedelijk een ‘ziekenpa’ kwam hij even een ‘bakkie’ doen, hij was vanuit Doorn op doorreis?? naar ergens in Overijssel of Drenthe of zo, ( Bertus nam het niet zo nauw met dienstvoorschriften en regeltjes ) om een ’patiënt’ op te halen, mijn nieuwsgierigheid en interesse in het legervoertuig stak ik niet onder stoelen of banken, waarop Bertus me uitnodigde, het ritje naar het oosten, dan maar mee te maken, ja dat wilde ik wel, en in overleg met pa en ma, moest dat maar doorgaan, ook de ‘ziekenpa’ vond het schijnbaar wel leuk, hij maakte  in ieder geval geen bezwaar tegen de ‘clandestiene’ passagier. Ik weet nog dat we op het gegeven adres aangekomen, alleen de moeder van de ‘patiënt’ thuis vonden, zoonlief was zo ‘ziek’ dat moe eerst een zoektocht moest inzetten om hem te vinden. Hij is wel mee terug gereisd en heeft in Kamerik bij ons thuis, waar ik natuurlijk weer werd afgeleverd, met smaak van zijn koffie genoten. Zo was Bertus dus ook weer! Hij is na zijn diensttijd buschauffeur geworden en heeft dat jaren ’volgehouden’, totdat hij met z’n motor, op weg naar zijn werk, een ongeluk kreeg waarbij hij zoveel ‘geestelijke schade’ opliep dat hij zijn werk als chauffeur niet meer kon voortzetten en is toen iets anders gaan doen. Hij kwam terecht bij een fabrikant van regenkleding en diende een koppel jonge meiden aan ‘het naaien’ te houden. Dit ook heel erg ‘letterlijk’ maar wel machinaal natuurlijk!!

 

 

 

 

 

 

Met Anneke en Bertus op het tuinhek.