Voor kaas geen vergunning

"Zwei käse"

 

Kaas is in 'huize Burggraaf' altijd een belangrijk voedingsmiddel geweest, en dan bedoel ik 'boerenkaas'.

Onze uitgesproken agrarische gemeente bestond voornamelijk uit 'veeboeren', welke bijna allemaal nog zelf kaas maakten, het laat zich dus raden dat dit product derhalve, voor hen, goede en gemakkelijk 'handelswaar' was.

Zo onttrok Pa ook regelmatig wel een paar kaasjes uit het ' donker gekleurde ' circuit, uiteindelijk wilden de 'gasten' ook best iets op het brood wat hij zelf bakte, deze werden dan wel op een beschermd en heimelijk plekje opgeslagen.

Op een dag werden we weer eens 'bezocht' door duitse soldaten, die op zoek waren naar iets van hun gading. Schijnbaar was bij hen de voedselverstrekking ook niet bijzonder goed, want buiten fietsen om, vonden ze etenswaar ook dikwijls erg interessant.

Zo ook nu, bij een inspectie van de schuur opende één van de 2 "inspecteurs" een kastje in de schuur en keek recht 'in de ogen' van 2 kaasjes en slaakte..,Of...  schreeuwde eerder, de kreet:  " WILHELM ZWEI KäSE !!!..   Waarop Wilhelm zich supersnel bij zijn maatje voegde en beide, het water bijna uit de mond lopend, met een kaasje onder de arm, de aftocht bliezen, mijn vader verbijsterd en mopperend achterlatend.
Voor kaas had Pa geen "schein" dus hiervoor behoefde hij niet naar de "Obersturmbahnführer" te gaan om zijn kaasjes 'zurück zu bekommen'

Wel ging het voorval, in de familie, een eigen leven leiden en werd het op den duur eerder als een hilariteit gezien dan als een 'groot verlies'

De kreet  'Wilhelm zwei käse'  werd dan ook een gevleugelde slogan als er kaas ( in zijn geheel) op tafel kwam, zeker bij een borrel tijdens b.v een spelletje kaart of zo, en dat gebeurde dikwijls. 

 

 

Boerenkaas.

De houthakkers

Tegen het einde van de oorlog werd, ook in Kamerik, brandstof erg schaars, ondanks de bonnen voor kolen of briketten of iets van dien aard, die mijn vader kreeg voor het bakken van zijn brood, weet ik nog dat er het nodige moest worden bij 'geritseld'

Ik herinner me o.a nog van turf halen met een trekschuit, uit een naburige polder in Wilnis.

Maar ook nog van zelf bomen rooien, wat niet altijd even 'goscher was' vermoed ik nu.

Tussen Woerden en Kamerik, langs de Oudelandseweg ( lopend langs de Oude Rijn ) en de kameriksedijk, langs De Wetering ( uitmondend in de Rijn ) stonden destijds een rij, in mijn beleving, zeer hoge bomen, wat het waren weet ik niet in ieder geval geen kastanjes maar mogelijk beuken of eiken, misschien ook wel populieren of zo hoor. In ieder geval groot genoeg, in de ogen van mijn vader, om te dienen als brandstof voor zijn oven. Zo trok hij, geassisteerd door mijn opa ( ik noemde hem al eerder ) en mij in een geleende praam ( boeren bootje )  ten 'strijde tegen het brandstofgebrek' en zette de bijl in één der voornoemde bomen. Na enig hakken, zagen en trekken enz. kregen we !! de boom plat. Nu moest hij nog wat kleiner worden gemaakt om hem 'per schip'  te kunnen afvoeren, tijdens deze operatie naderden er per fiets, twee duitse soldaten vanuit Kamerik richting Woerden, bij ons   aangekomen stopten ze, stapten af, plaatsten hun?? 'fahrrad' tegen een boom, haalden het

geweer van de schouder, plaatsten hierin de  patroonhouder, ontgrendelde en laadden door. De 'houthakkers' waren enpassent 'zeer stil' geworden en wachtten zweigend maar niet bijster op hun gemak het gebeuren af. Een der soldaten verbrak de stilte met de priemende vraag : "Was passiert mal hier ?? " Of het een en ander al of niet legaal gebeurde weet ik niet, maar pa en opa wisten de 'heren' te overtuigen en kregen 'verlof' hun werk af te maken, aber  "Holz abführen darfst du nicht" Die Hern namen hun???  fietsje weer ter hand, stapten op en reden verder, eenmaal 'uit zicht' kregen de "hakkers" weer lef!!   Na enig 'overleg ' tussen pa en opa, waren ze het eens,  deze 'order' zouden ze in de wind te slaan, en het hout toch maar elders opslaan, daar het op een later tijdstip vermoedelijk niet meer nodig zou zijn. De oven kon weer branden, de schoorsteen weer roken en de broodjes weer 'bruinen'

Balonnen boven Rotterdam.

Sperrbalonnen

Ze staan me nog op het netvlies gebrand, de Sperrbalonnen, een niet al te grote gesloten luchtballon in  zeppelinachtige vorm, zo' n 250 tot 300 meter hoog boven de grond en middels een kabel aan de grond verankerd.

We, mijn ouders en ik, zitten in een tamelijk drukke tram in Rotterdam, op doorreis naar Krimpen a/d IJssel, als ik ze zie en met mijn vingertje naar buiten wijzend, vraag "Papa wat is dat?? " Dan begint zo ongeveer het volgende tafereel en gesprek tussen vader en zoon zich af te spelen: " Waar jongen?"  .. "Nou die dingen daar in de lucht  papa" nogmaals naar buiten wijzend  "Ooo, dat zijn Sperrballonnen"  .." Wat zijn sperballonnen papa?" "Dat zijn ballonnen die  ze hebben opgelaten en met touwen aan de grond vast hebben gemaakt" ." Wie hebben die dan opgelaten?" l "De duitse sodaten jongen" .. " de moffen ?" .. "stil joh !! dat mag je niet zeggen" lichte hilariteit in de tram, men diende voorzichtig te zijn, de vermanende opmerking van pa negerend, wordt de 'dialoog' voortgezet " Waarom hebben de duitsers die dan opgelaten papa?" ..." Dan kunnen daar geen vliegtuigen dalen om te schieten of bommen te gooien jongen,"  ..  enige seconden stilte, dan..  " Maar papa ..als die touwen nou 'verrot' zijn?" iets meer gegrinnik in de tram, dan een verwachtingsvolle stilte, wat zou 'de papa' hierop te zeggen hebben?. Niet eenvoudig .. maar mijn vader gaf toch antwoord, en zei toen zeer diplomatisch :  " Dat duurt nog wel een poosje jongen en dan zullen de soldaten wel weg zijn hoor"  nogmaals gegrinnik in de tram, welke piepend door de bocht ging en de 'ballonnen' uit het gezichtveld liet verdwijnen en de lijn naar de Honingerdijk voortzette, waar wij overstapten op een bus welke ons via Kralingse veer, naar het veer van 'De Ruit' in Capelle a/d IJssel bracht, waar we overvaarden naar Krimpen a/d IJssel. Voorwaar een zeer enerverende reis voor een 'knaapje' van ca 4 jaar, in beschouwing genomen dat er ook nog een treinreis Woerden - Rotterdam aan vooraf was gegaan.

De tram van Rotterdam CS naar de Honingerdijk, heeft mij, zo'n 15 jaar later, nog een paar maal vervoert, opweg naar de van Ghentkazerne aan het Toepad. Sperrballonnen heb ik toen niet meer gezien, wel aan gedacht en geprobeerd me te herinneren en te zoeken naar waar ze zo ongeveer in de lucht zouden hebben kunnen hangen, ik ben daar echter nooit meer achter gekomen.

 

Wat hadden we met Krimpen a/d IJssel ??

 

Krimpen aan de IJssel is de plaats waar pa en ma elkaar 'tegen het lijf liepen'. Pa werkte er als bakkersknecht bij Bakkerij van Vliet in de Stormpolder en ma woonde er, bij haar ouders aan de Poldersedijk, en werkte er als hulp in de huishouding/kindermeisje bij de Burgemeester ( ik geloof van Walsum, geen onbekende naam in het 'burgemeestersgilde' ) Ik vertelde het reeds, ze zijn er ook getrouwd op 1 September 1939. We hadden er dien tengevolge, nogal wat familie wonen, eerstens Oma en Opa de Vries  natuurlijk ( buiten de periode om dat ze in Kamerik waren ) dan Oom Wim de Vries, een broer van ma, met tante Jaan en een drietal kinderen, een 'tig aantal oude vrienden en vriendinnen van zowel pa als ma, kapper Boers, de beste kapper van het 'Westelijkhalfrond' volgens mijn moeder, want tot ver na de oorlog mocht hij alleen heur haar verzorgen, een paar keer in't jaar!!. Dan woonde er ook tante Bé.. en Hans de Vries . Hans was mijn ca 3 jaar oudere neef, een zoontje van mijn moeders jongste broer Gerrit, die ik nooit heb gekend.

De tragedie van de oorlog is ook onze familie niet voorbij gegaan. Tante Bé.. was namelijk de weduwe van oom Gerrit, die op één van de eerste oorlogsdagen is gesneuveld in de Peel, hij zou, tijdens een vuurgevecht in de loopgraven te Mill,  zijn bestookt met brandbommen of granaten.Oom Gerrit was er mitrailleurschutter en heeft de actie niet overleeft. Dit droevige voorval heeft destijds diepe sporen bij de familie nagelaten.Voor oma is het een 'nagel aan haar doodskist' geweest, een grote foto van oom Gerrit hing in haar slaapkamer boven de deur, ook heeft zij jaren, als een soort relikwie, een stukje groene stof met veschroeide randen en een geheel, door hitte, vervormde vork of lepel bij zich gedragen. De stof zou van zijn uniform afkomstig zijn geweest en de vork/lepel van zijn persoonlijke uitrusting. Waar of niet waar ????  Zij koesterde deze 'spulletjes'. Ik vraag me eigenlijk nu af, waar zijn ze gebleven? 

Hans heeft vele vacanties bij ons gelogeerd en ik bij hem en tante Bé..Tante Bé is later wel weer hertrouwd met oom Kees, weliswaar een 'surogaat' oom, maar een 'kerel' waar de gehele familie prima mee door 'de bocht ' kon, zij kregen nog 3 kinderen. De contacten zijn nog jaren blijven bestaan, doch Hans en ook zijn moeder zijn al enkele jaren geleden overleden.

Ik heb, door de vele bezoeken en logeerpartijen, aan Krimpen een 'tasvol' dierbare herinneringen, maar daarover een volgende keer.

Gezamelijke grafsteen van Krimpense gesneuvelden.