De eersteschooldag


“ Naar School “ 

 

Eindelijk is het dan zo ver, ik mag naar school!  Natuurlijk moest ik naar school, want we ‘schrijven’ April 1947 en ik ben al een heel poosje 6 jaar oud, dus leerplichtig. Een kleuter- peuter- of Fröbelschool kenden we toen in Kamerik nog niet, deze is zo’n jaar of drie later, opgericht, Aldus werd dit dan mijn eerste dag met meerdere leeftijdgenootjes bij elkaar.

Het was toen op de “Christelijke School” te Kamerik nog de gewoonte dat een nieuw schooljaar in April begon, derhalve was ik een ‘late leerling’ gezien ik in Augustus ben geboren.

Vele van mijn ‘speelgenootjes’ uit de buurt, die iets ouder waren, gingen al naar school voor ik ‘aan de beurt’ was, en daar was ik eigenlijk best een beetje jaloers op. Maar nu was het dan zo ver, ik werd in ‘het sterke pak gehesen’ en u kan het geloven of niet, maar ik weet nog exact wat ik aangetrokken kreeg: een vermaakt fluwelen broekje, die ik ooit bij een bruiloft van een oom en tante, waar ik ‘bruidsjonker’ was geweest, had gedragen, een licht blauwe blouse, een ‘stroppie’ en een witte wollen slip-over er overheen, witte sokjes en zwarte schoentjes, ik zie het nog voor me, of het vorige week is gebeurd, hoe mijn moeder me oppakte, me met mijn kont op de keukentafel zette, de schoentjes aan mijn voeten deed en de veters strikte, er werd nog een kam door mijn haar gehaald en ik was klaar voor ‘De Reis’, die overigens niet verder was dan een paar honderd meter, zo dicht woonden we bij de school. Ik stapte opgetogen en zonder enige vrees voor het ‘onbekende’ aan moeders hand mee naar het ‘schooltje’ wat uit niet meer dan drie lokalen en evenzoveel ‘leerkrachten’ bestond.

Daar aangekomen was er toch wel enige ‘roering’ want de reeds oudere leerlingen waren, stuk voor stuk, vreselijk nieuwsgierig naar de nieuwe “kippies” zoals ze de eerstejaars leerlingen toen noemden.

Ik werd door ma tot in het lokaal gebracht en overgedragen aan Juffrouw Snappers, een al redelijk ‘belegen’ onderwijzeres, niet echt ‘lelijk’ maar ook beslist geen ‘schoonheid’ en natuurlijk ongehuwd, een paar ooms en tantes ( jongere broers en zussen van mijn vader)  hadden ook al les van haar gehad, zolang was ze al aan de school verbonden.

Juffrouw Snappers taxeerde een en ander en nam me aan de hand mee naar een bank, de derde van voren in de tweede rij, en zette mij naast Jantje Verduijn, het zoontje van de groenteboer, die ‘triomfantelijk’ wat opschoof en het schijnbaar wel leuk vond mij naast zich te krijgen. Alle ‘afleveringen’ gingen overigens niet net zo voortvarend, want ik herinner me toch nog wel wat “kippies” die schijnbaar minder lust hadden om ‘kennis te vergaren’ want zij ‘weenden zeer’ en wilden in veel gevallen niet op hun aangewezen plaats blijven zitten en deden hun best om weer met de ‘besteller of bestelster’ mee terug te keren, doch Juffrouw Snappers, natuurlijk meerdere malen met dit ' bijltje gehakt hebbende’ wist de ‘varkentjes wel te wassen’ ze stuurden het ‘bezorgend personeel’ met zachte dwang de deur uit en plaatste, met wat hardere dwang, de verse leerling op zijn plek. Ik denk dat er zo ongeveer een stuk of twintig nieuwe leerlingen in deze klas terechtkwamen, de meeste kende ik al wel en waren in veel gevallen buurtgenootjes of kinderen van o.a klanten van mijn vader en was ik hen al eens tegen gekomen bij het bezorgen van brood. Mijn vader nam mij dikwijls mee ‘uit venten’.

Ik denk, nu ik dit ‘opteken’, aan het liedje van Wim Zonneveld “Het Dorp” en met name aan: “De boeren kinderen in de klas”, meestal is het andersom en denk ik juist, bij het horen van het lied, aan Ons Dorp, en ‘zie’ dan inderdaad tuinpaden met hoge bomen, juffrouwen op de fiets. Bij de ‘kar die ratelt op keien’ zie ik dan de tientallen kaasbrikken die ’s woensdags naar de markt in Woerden ‘ratelden’, onze slager heette P. den Hertog en geen J. van der Ven, maar echt, het is wel ‘Het Dorp waar ik geboren ben.
 

Hoe het nu precies was geregeld weet ik eigenlijk niet meer, maar de tweede klas zat in hetzelfde lokaal en kregen uiteraard ook les van Juffrouw Snappers, maar of deze leerlingen nu al in het lokaal aanwezig waren tijdens de ‘afleveringsprocedure’ of dat dit vooraf geschiedde, ik weet het niet meer. Wel hoe een en ander verder verliep, toen een ieder binnen scheen te zijn en alle banken waren bezet, werden de namen van de leerlingen voorgelezen en als je naam dan werd genoemd moest je je vinger opsteken, en zo werd iedereen min of meer voorgesteld.

Ik schreef het reeds, het was een Christelijke School, dus met “Den Bijbel” De lessen werden iedere dag met gebed begonnen en beëindigd, na het ochtendgebed volgde een halfuurtje bijbelse geschiedenis en na de tweede klas diende je ook iedere Maandag nog een opgegeven psalm uit je hoofd geleerd te hebben, in de vijfde klas werd dit een catechismus tekst.

De bijbelse geschiedenis boeide mij zeer, ik vond de verhalen, zoals Juffrouw Snappers die bracht, best wel spannend, hoewel er ook wel eens trieste bij waren, in mijn beleving, en soms ook wel beangstigende, want de ‘afleveringen’ over ‘De Zondvloed en Noach met zijn ark’ hebben mij, bij slecht weer met veel regen en onweer, menig bang uurtje onder de dekens bezorgd. Ik ben daar na een poosje gelukkig wel ‘overheen’ gekomen, maar ben er, in de loop der tijd, ook achter gekomen dat ik geen uitzondering was. Ik moet u tevens vertellen dat ik de bijbelse ‘verhalen’ nog steeds erg boeiend vind, maar niet altijd even ‘waarschijnlijk’, kan je ook niet verwachten van ‘vertelsels’ die vele eeuwen alleen maar mondeling zijn ‘doorgegeven’. Ook laat ik me er niet meer door ‘van de wijs’ brengen, of ze me nu door de dominee, pastoor, rabbijn, jehovagetuige of andere ‘schriftgeleerden’ worden ‘opgedrongen’ ik trek mijn eigen ( wijze) conclusies, ik laat de ‘Prediker’ in zijn waarde en ik doe!, en ook hij doet maar!    

Een schoolfoto, gemaakt in een apart lokaaltje naast de school, eenvoudig achter een schot op twee schragen, armen over elkaar en een boekje voor je neus, moest doen voorkomen of je zo in de klas zat, ik weet nog dat de foto is gemaakt en vond het toen al vrij ‘kneuterig’

De school ( het gebouw ) bestaat nog steeds, heet nu Elim, en is meer een bijzaaltje van de kerk, gebruikt bij o.a uitvaarten, m'n beide ouders zijn van hieruit begraven.