Fietsen gevorderd

 

 "Gevorderde fietsen"

 

'Krijgshandelingen' zoals bombardementen, beschietingen, fusillades enz. hebben er dus bij mijn weten in ons dorp niet plaatsgevonden, maar geloof nou echter niet dat de Duitsers Kamerik niet wisten te vinden, ze hebben er genoeg "gejat " en weggesleept, ook razzia’s kwamen er wel voor.  Er waren namelijk nogal wat 'onderduikers' uit de steden op diverse boerderijen enz. ondergebracht, trouwens ook alle kamerikkers waren niet even braaf en gaven ook niet altijd onmiddellijk gevolg aan Duitse oproepen. Meestal werd er voor hen een heimelijk onderkomen in een zgn. geriefbosje ergens in de polder gecreëerd. ( NB Geriefbosjes zijn niet per definitie bosjes waar je persée aan je gerief diende te komen, het kon natuurlijk wel, maar het waren of zijn  bosjes van verschillende grootte, verspreid in de polder, waar veelal ( knot) wilgen en struiken enz. groeiden en welke de boeren 's winters knotten en kapten voor 'stookhout' ) Ook de dorpsarts, dokter Elzas, moest maken dat hij weg kwam met z,n twee nog jonge kinderen. Waar hij de oorlog heeft doorgebracht weet ik niet, maar na de bevrijding is hij wel met het gezin plus een geadopteerd oorlogsweeskind , gezond en wel teruggekeerd om nog jaren de praktijk voorttezetten tot het gezin eind jaren '50 verhuisde naar Breukelen en later naar Israël.

Voor "Fahrräder" wisten ze het ook wel te vinden. Zo weet ik nog, het moet op een zondag geweest zijn want Pa was in het 'sterke pak' en de winkel was gesloten, dat er tijdens het middagmaal werd aangebeld aan de voordeur en mijn vader, via de gang de keuken, waar we zaten te eten, verliet en de voordeur opende, en ja hoor daar stond een Duits soldaat met geweer aan de schouder en snauwde mijn vader toe :  "Fahrräder einliefern" of woorden van die strekking, waarop mijn vader antwoordde: "Hab keine, allein eine mit vergoening für brot besorgen" ( zijn Duits was niet zo bijzonder ) Waarop de m....fff zei: "Mal sehen" Mijn vader liet hem volgen, terug door de gang en via de keuken naar de bakkerij en achtergelegen schuur enz. tijdens de passage door de keuken keek hij met een zorgelijke blik naar mijn moeder en schuin uit zijn ooghoeken naar mij in de kinderstoel.

Toen na de inspectie, enige minuten later, de voordeur weer in zijn slot viel, slaakten zowel Pa als Ma een zware zucht van  verlichting,

"Herr Feldwebel" had geen fiets gevonden, ook niet de 2 die mijn vader 's morgens ergens onder de oven had verstopt, waar ik met mijn neus bovenop had gestaan, en heus ik 'lulde' toen al 'honderduit' en tegen iedereen, ze waren dus zeer bezorgd!  

  

Nogmaals fietsen.

Op een dag, het moet winter geweest zijn want het had licht gesneeuwd, zaten onze duitse "vrienden" schijnbaar weer eens verlegen om vervoermiddelen want het was weer 'raak', Kamerik werd weer eens bezocht voor een 'strooptocht' naar 'Fahrräder’.

Mijn opa, de vader van mijn moeder die met oma een groot gedeelte van de oorlog bij ons hebben doorgebracht, had 'lucht' gekregen van het "dievengilde”, het was hem vermoedelijk al ingeseind door buurtgenoten want doorgaans ging de "tam-tam" sneller dan de dief.

Goed hij diende in ieder geval iets te ondernemen wilde hij zijn 'fietsie' redden. Daartoe pakte hij deze uit de schuur en reed er mee, aan de hand gevoerd, naar achter in de tuin en gooide hem in een slootje, achter de bessenstruiken achter in de tuin en wachtte het gebeuren maar 'stoïcijns' af. Na enige tijd vernam hij dat er een paar duitse soldaten in de tuin bezig waren, niet met spitten of wieden hoor, maar brutaal een hark uit de schuur haalden en hiermee naar achter in de tuin liepen en daar, tussen de struiken door, aan het 'dreggen' gingen en al snel een fiets uit de sloot haalden. Opa kon zich wel voor zijn kop slaan, hij had gedacht of misschien gehoopt dat die 'moffen' blind of gek waren, in ieder geval niet zo bijdehand waren om het bandenspoor in de sneeuw te volgen, welk hen vanaf het schuurtje via de tuin naar de sloot met de 'buit' zou leidden.

Toen mijn vader bij thuiskomst, hij was tijdens de 'roof' onderweg om zijn 'broodjes' te slijten, het verhaal had aangehoord, krabde hij zich eens achter de oren en verzon een mogelijkheid om het 'karretje' terug te krijgen, hij had uiteindelijk een vergunning voor een fiets vanwege de noodzaak om 'de bevolking van voedsel te voorzien’. Met "Der schein" op zak toog hij naar het dorpspleintje, waar de 'heren' nog bezig waren met hun 'gekaapte waar' te sorteren en op een vrachtwagen te laden, hij sprak een soldaat met wat 'sterren en strepen' aan en deed zijn verhaal, na een paar keer te zijn doorverwezen bleek hij de juiste man te pakken te hebben. Schijnbaar was het in dubbele zin des woords de "juiste",  de man nam het verhaal van mijn vader in ieder geval serieus en Pa mocht zijn fiets opzoeken. Nu beging hij een fout die hij nooit meer zou maken, in al zijn 'eerlijkheid' pakte hij de 'opgeviste' fiets, die nog dik onder kroos, bagger en andere waterplanten zat, derhalve voor de heren 'dreggers met hark' ook nog duidelijk herkenbaar was en hen onmiddellijk aan het reclameren zetten en brulden: " Nein nein falsch! falsch, nicht zurück geben!!   Fahrrad war verstocken im Fluss !!  Het was gedaan, Pa kon vertrekken maar zonder fiets.

 

Een andere keer liep het wat beter af. De heren waren weer op bezoek geweest in Kamerik en de 'nodige' fietsen waren wederom geconfisqueerd. Nu moest mijn vader echter naar Woerden om te proberen zijn 'gelijk ' te halen ze waren uit Kamerik reeds verdwenen.

Ook in Woerden wist hij zijn verhaal zo overtuigend te vertellen dat de "Orstkommandant" of wie het mocht zijn, hem permissie gaf zijn fiets er dan maar tussenuit te halen. Of hij er echt naar gezocht heeft? , Misschien stond hij er niet eens bij en wist Pa dat wel, wees hij al snel een 'karretje' aan die hem wel paste, ontving hem, bedankte en stapte op. Blij en zich bijzonder 'bijdehand' voelend trapte hij zich voort naar Kamerik, die en gene groetend, een dorpse gewoonte, reed hij 't dorp binnen tot hij plots werd aangeroepen met de kreet: 

 "Hé hé BAKKER!! HOE KOM JIJ AAN MIJN FIETS??? " Het was de melkboer, alwaar deze 's morgens was weggehaald. Hoe een en ander is goed gemaakt  weet ik niet meer, maar mijn vader kennende zal de melkboer, tegen een paar pond boter, zijn fietsie wel weer in eigendom hebben gekregen.