Even voorstellen: Ik ben Flip Burggraaf, en op 8 Augustus 1940 als zoon van een brood- koek- en banketbakker te Kamerik ( gem. Woerden ) geboren. Na mijn schoolperiode diende ik 6 jaar bij de Kon. Marine, daarna werkte ik 22 jaar bij handelsondernemingen in horecaapparatuur, exploiteerde 13 jaar een Café-Restaurant te Woerden en vanaf April 1999 genieten Jeanne, mijn vrouw, en ik van ons pensioen.

Wat plaatjes en praatjes uit deze 'roerige' tijden

Eerstens " Het dorp waar ik geboren ben "

Kamerik is het dorp waar ik geboren ben en ligt in de provincie Utrecht en is thans gemeente Woerden, het ligt ca. 45 Km van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag en 30 van Utrecht in "Het groene hart van Holland" Het is een agrarisch-polderdorpje en had toen zo'n 2 duizend inwoners, die elkaar bijna allemaal kenden. Het was een redelijk uitgebreide gemeente van zo,n kilometer of acht lang en ook ongeveer zo breed, met een paar buurtschappen en uiteenliggende boerderijen met wat arbeiderswoninkjes in hun nabijheid. De meeste bewoning was langs de Wetering, een boezemwater van ongeveer 8 kilometer lang met grotendeels aan weerszijden een weg met enkele buurten zoals, van zuid naar noord, De Kruipin, Het Dorp, de Kanis, de Kwakel, Oud Kamerik en Oude Dam. Een 'school voorbeeld ' van "Het Dorp" zoals Wim Zonneveld het bezingt, met 'boerenkinderen' in de klas en ratelende karren op de keien en juffrouwen op een fiets.

Een onbezorgde jeugd

Ondanks de niet bepaald prettige 'oorlogsperiode' heb ik een bijzonder fijne jeugd gehad. Ik kon me eigenlijk zonder enig gevaar overal op straat begeven, de sociale controle was groot, men haalde me gemakkelijk naar binnen voor een snoepje of om te spelen met buurtgenootjes enz. andersom was dit ook weer zo. Wij hadden een ruim onderkomen met veel erf en tuin en dan nog de bakkerij wat voor veel buurjongetjes ook weer een eldorado was natuurlijk. In Februari 1943 kreeg ik er een zusje bij, Anneke, een flink jaar later, in April 1944 werd Hanny, mijn tweede zus geboren, waardoor het gezin naar vijf personen groeide en het bij bleef.
M'n ouders waren ook zeer ruim van opvatting en er kon en mocht erg veel, o.a was 'meeëten' nooit een probleem en eigenlijk heel gewoon, waar dan ook door heel wat vriendjes uit minder bedeelde gezinnen gaarne en veelvuldig gebruik van werd gemaakt.
Mijn vader, die met transportfiets het brood bezorgde, nam me dikwijls mee bij het uitventen van zijn waar, hierbij verwierf ik een uitgebreide kennis van en onder het Kamerikse publiek 
Water, en dan bedoel ik 'openwater'  o.a door de wetering en de nodige sloten enz. was misschien wel het grootste gevaar voor erg jeugdige kinderen, doch hier werden we vroeg eigen mee gemaakt en angst heb ik hier nooit voor gehad, ik herinner me echter nog wel enkele vedrinkingsgevallen van toen. Misschien vindt u hier later in de rubriek 'Herinneringen' meer over.
  

We gaan naar school.

De eerste schoolfoto van de " Lagere school met den Bijbel "  in de Kerkstraat te Kamerik. Ik heb op deze school 5 klassen, zonder doubleren, doorlopen om dan naar een 'brugklas' te gaan op de Wilhelminaschool te Woerden bij 'baas Bull' Eijlers, om daarna de Mulo te gaan bezoeken. Deze was toen gevestigd op de bovenverdieping van hetzelfde gebouw aan de Oostsingel en stond onder leiding van Dhr. Leenheer. In m'n laatste jaar, 1956 / 1957,  is de school verhuisd naar de Nieuwe Markt en werd toen De Kalsbeekschool.


NB. Mijn eerste 'schooljaar' begon in April 1947, de eerste klas van de lagere school, iets van kleuter- of Fröbelschool kende men op Kamerik toen nog niet en het was gebruikelijk dat een nieuw schooljaar in April begon, later in 1950 of zo, werd dit gewijzigd en verlegd naar September, waardoor ik een maand of 5 langer in de 4e klas zat en toen z.g.n. een 'late leerling' werd. Overigens ben ik nooit een "snelle" geworden, want na de tweede klas van de Mulo gedoubleerd te hebben, nog geen kans zag om naar de derde te worden verhoogd, zag Dhr. Leenheer en de zijne, geen 'heil' meer in mij en ontnam mij verdere 'leervreugde' aan de Kalsbeekschool en kwam ik, na enige onrust in huize Burggraaf, bij de Kon. Marine terecht, waar ik tekende voor 6 jaar als: " Beroepsschepeling der Zeemacht" om dienst te doen: op, onder of boven water en waar ook ter Wereld. Wat me nooit heeft gespeten

Op 17 jarige leeftijd als Hofmeester bij de Kon. Marine

Deze foto werd gemaakt tijdens een ouderdag toen ik zo'n 3 maanden in dienst was, dat moet dan in Januari 1958 zijn geweest. Het was in MOKH ( Marine Opleidings Kamp Hilversum ) wat gelegen was aan de Nootweg in Hollandse Rading, naast het vliegveldje, waar ik destijds Martin Schröder, de grondlegger van Martin Air, eens tegen het lijf liep, die daar toen net een bedrijfje voor reclamevluchten was gestart.
Na Hilversum volgde een plaatsing van ca. 18 maanden op Vliegkampschip Hr. Ms. Karel Doorman, waar ik werd bevorderd tot Hofmeester 2e klas, om vervolgens vanaf Augustus 1959 tot Januari 1961 te dienen bij de Onderzeedienst te Rotterdam en aan boord van de toen 'splinternieuwe' 3 cylinder onderzeeboot Hr.Ms. Zeehond m'n eerste onderzeeboottrip meemaakte en men mij bevorderde tot Hofmeester 1e klas, wat ik bleef tot het eind van m'n diensttijd.     Januari 1961 volgde een uitzending van 18 maanden naar voormalig Nedl. Nieuw Guinea, waar ik de gehele periode op Kamp Sorido te Biak heb doorgebracht. Na repatriering had ik nog zo'n 15 maanden te dienen, welke ik doorbracht bij de OZD, die inmiddels van Rotterdam naar Den Helder was verhuisd, met o.a plaatsing op Hr. Ms. Dolfijn om in Oktober 1963 de Kon. Marine te verlaten.

Op karwei als monteur bij Kiréma

Na 'een klusje hier en een karweitje daar' trad ik in Februri 1964 in dienst bij Kiréma bv. te Kamerik, een handelsonderneming in horeca-apparatuur, waarvan frituur- en visbakfornuizen het hoofdartikel uitmaakte. Ik werd er aangenomen om in de werkplaats mijn medewerking te verlenen aan het reviseren van ingeruilde apparaten, doch al snel mocht ik mijn 'kunsten' als servicemonteur in de buitendienst gaan vertonen, een heel fijne job, bereisde 'half Nederland' en was altijd onder de mensen. Ik voelde me als een 'vis in het water'
Een hele 'klus'. Bij het vernieuwen van ketels in een frituurfornuis, moest bijna het gehele apparaat worden gedemonteerd, voorwaar geen sinecure met prikkende en jeuk veroorzakend glaswol, ook asbestkoord was erin gebruikt, ik heb er bij mijn weten 'niets aan overgehouden'.
Het overgaan van stadsgas naar aardgas, zo in de tweede helft van de jaren '60, bezorgde ons ook veel werk en stimuleerde in veel gevallen ook de aanschaf van nieuwe toestellen, het ging goed in de verkoop! Hierdoor ontstond er ruimte in het verkoopteam en werd ik, compleet onverwachts, in Januari 1969, uitgenodigd me hierbij aan te sluiten. Een nieuwe uitdaging werd me aangedragen. Na de Horecava in Januari 1969, mocht ik me, gewapend met een tas met folders en een orderboek, 'waar' gaan maken in het rayon Gelderland en een gedeelte van Overijssel.

Toen als verkoper.

In Gelderland werken, betekende natuurlijk ook in Gelderland wonen. Na enige maanden de 'kat uit de boom te hebben gekeken' werd door Jeanne, toen nog mijn 'verloofde',  en mij besloten om de koop van een huis, wat men voor ons in Kamerik aan het bouwen was, te annuleren en inplaats daarvan iets te zoeken in de, voor ons geheel onbekende, omgeving van Zutphen, omdat dit centraal van mijn rayon lag.
De resultaten in de verkoop verliepen naar wens en na een woning te hebben gekocht in de Lintelostraat te Zutphen, trouwde ik 27 November 1969, na ruim 5 jaar 'verkering' met Jeanne, waar ik nog steeds het bed mee deel en vestigden we ons op voornoemd adres tussen de familie Verkuil ( ome Daan en tante Hetty ) en de familie de Goeijen ( Wim en Gerrie ) waar een 2e kind werd verwacht. Een prettige periode volgde en we hebben daar bijna negen jaar met heel veel plezier gewoond tot er weer iets "nieuws" werd ontdekt !!

En dan Manager cq Adjunct Directeur.

Lintelostraat 44

Een failliet geraakte toeleverancier, zorgde zo eind 1977 voor enige commotie binnen de firma.
Een belangrijk verkoopartikel, interieur- betimmeringen, barkrukken en overige meubels enz., dreigde verloren te gaan, dit alsmede dringende verzoeken van het personeel van dit bedrijf, heeft de directie ertoe doen besluiten om de productie ervan in eigen beheer voort te zetten, door een geheel nieuwe bv. 'op poten te zetten'.

Het risico wilde de Kiréma-directeur echter spreiden door het verkoopteam van Kiréma en enkelen van het 'productie personeel' als aandeelhouders deel te laten nemen in deze besloten vennootschap, dat ging, na een paar 'stevige' vergaderingen, door en werd er een kapitaaltje vergaard om te starten. Doordat mijn activiteiten op het gebied van 'vruchtbare' ontwerpen, ondersteund met duidelijk tekenwerk, de 'baas' niet was ontgaan, stelde hij voor: Flip deze bv. te laten leiden en werd ik vervolgens verzocht om als adjunct Directeur aan te treden. Vereerd door het in mij gestelde vertrouwen en gesterkt door het geloof in wederom een promotie, alsmede het aangaan van een nieuwe uitdaging, ging ik het 'avontuur' aan. Achteraf gezien niet de 'slimste' keuze die ik in mijn leven heb gemaakt. We verhuisden van Zutphen naar Woerden en al na enkele maanden bleek dat na mijn solistische activiteiten, 4 jaar als monteur, één met m'n gereedschapskist en 9 jaar als verkoper, één met een orderboek, het leiden van een club met enkele afgunstige, jaloerse en soms zelfs wantrouwende medewerkers in een producerend bedrijf, voor mij eigenlijk een brug te ver was.

Na ruim 4 jaar dag en nacht werken en tegen de stroom in zwemmen, zonder enige coaching en met weinig bevoegdheden en slechte resultaten, zonk ons schip en volgde er een faillissement. Ik was na ruim 4 jaar, naast een illusie armer, ook een som geld, en m'n baan kwijt. Terugkeer naar het, reeds in zwaar weer verkerende, 'moederbedrijf' Kiréma, was ook geen optie meer.

 

Terug bij 'af'

Opnieuw beginnen

Je bent 'weinig blijde' als de curator verschijnt om het voltallige personeel in te lichten over het wel en wee van het bedrijf wat zojuist ten gronde is gegaan.

Je tracht nog met enig verweer de zaak 'rooskleuriger' te maken, maar je komt er al snel achter dat een en ander door de 'presidentiële directie' en zijn Compaenen zo creatief is gemanipuleerd dat er maar één mogelijkheid bestaat en dat is " Er uit !!"
Daar ga je dan om een WW- uitkering aan te vragen, nooit eerder aan gedacht !!
Je mag dan weggestuurd zijn, maar je hoofd en je handen blijven toch echt van jezelf en neem je mee.
Een oud collega, die zelfstandig in de branche was begonnen, kwam me reeds in de eerste week na het 'debacle' opzoeken en dacht dat ik met mijn kennis en ervaring enz. voor hem wel wat kon betekenen, alleen een volledige baan zat er nog niet in. We werden het, in samenwerking met de uitkeringsorganisatie, eens om op uur basis aan het werk te gaan, al snel veranderde dit in een volledige baan met zeer gevarieerde 'bezigheden' van het magazijn opruimen, reparaties zowel in de
werkplaats als langs de weg, offreren, tekenen, verkopen en het installeren ervan toe.
Na twee jaar diende er zich plotseling weer een nieuwe mogelijkheid aan.
Een nog 'oudere collega' en tevens zwager van me, die zich al enige jaren eerder had 'losgemaakt' van het 'moederbedrijf' en zijn activiteiten uitvoerde in Brabant en Zeeland en dit uitvoerde vanuit Bergen op Zoom, bood me een baan als manager aan het thuisfront aan, wat zou gaan bestaan uit allerlei werkzaamheden in en bij het kantoor en de showroom, zoals verkoop, planning afleveringen en service, ontvangst goederen kleine reparaties en ga zo nog maar even door, derhalve dus 'manusje van alles'. Ik ging dit aan, doch bleef wel in Woerden wonen, dit omdat Jeanne daar een leuke baan had en we er fijn woonden en niet zo erg 'in' waren voor weer een verhuizing. Door de toch enigszins tegenvallende verwachtingen van het een en ander en de vele reisuren, bevredigde de gang van zaken me niet optimaal en was ik na zo,n twee jaar, best in voor iets anders. En dat kwam..... !!

Zelfstandig ondernemer.

Het was zo rond 1978, nog in de Kiréma periode, dat ik na een schriftelijke cursus bouwkundig tekenen, waarvan ik overigens geen diploma heb behaald, eens een bon uit een Horeca vakblad knipte en daarmee een informatie pakket met proefles aanvroeg t.b.v. Vakbekwaamheid Horecaondernemer, dit ingegeven door de problemen, welke vele van mijn toenmalige relaties ondervonden bij een wettige exploitatie, van hun soms prima lopende bedrijven.” Geen geldig diploma, dan geen vergunning”  was toen een ‘hot item’ in veel gevallen.
De controledienst van economische zaken hield hier scherp toezicht op, mijn gedachte was eigenlijk, ‘Misschien kan ik ooit iemand met een diploma van dienst zijn’. De materie interesseerde me, de stof leek me niet al te moeilijk en ‘dapper’ ging ik aan de slag, en zag inderdaad kans om bij de eerst komende mogelijkheid tot het doen van een examen, een diploma te behalen, aangemoedigd door dit succes volgde aansluitend hierop ook een diploma Restaurant-bedrijf en Handelskennis , een soort  Middenstandsdiploma, derhalve was ik klaar om zelf een Horecabedrijf  te beginnen, doch dit was ik op dat moment absoluut niet van plan, ik had wat anders te doen dacht ik, de diploma’s kwamen op de ‘plank’ te liggen.
Een behoorlijk tijdje later, het was in de periode dat ik in Bergen op Zoom werkte, werd ik er, op een verjaardags-feestje, nog eens op aangesproken, zo van’ joh jij hebt toch je horeca diploma’s, ben je nog van plan daar ooit nog eens iets mee te gaan doen’???  Er ontstond een gesprek over en ik merkte op dat er bij een leuke gelegenheid en of mogelijk-heid hier in Woerden, ik er wel iets in zag om iets te ondernemen.  Al snel daarna kreeg ik een ‘hint’ van een mede ‘feestganger’ dat hij bij geruchten had vernomen dat een bestaand bedrijf te koop zou komen, mogelijk zou dat iets voor me kunnen zijn. De kiem was gelegd en het aftasten en onderhandelen begon.
Ik kan dit lange verhaal nog wel langer maken, maar kort gezegd na enkele weken was’ de kogel door kerk’ We kwamen tot een akkoord en namen per 1 Maart 1986 Café-restaurant  'de Reehorst' in de Rijnstraat te Woerden over en werd ik zelfstandig ondernemer als “Kroegbaas”.

 

Beginnersfoutjes, kinderziektes en verbouwen.

De Reehorst was in Maart 1986, het moment dat we de ‘goodwill’ en inventaris in eigendom kregen en een huurcontract met Bierbrouwerij Brand overeenkwamen, voor het bedrijfspand met bovenwoning, een redelijk beklante zaak met een beperkte omzet, op een A-locatie, doch zeer ‘gedateerd’ is een voorzichtige uitdrukking, voor zowel het interieur als de keuken, waar feitelijk geen enkel professioneel apparaat instond. Het was eigenlijk wonderbaarlijk hoe Mevr. S; de echtgenote en’ keukenprinses ‘ van de ‘uitbater ‘ het klaarspeelde om met deze ‘huishoudspulletjes’ de klanten tevreden kon stellen, en dat deed ze, met de voortreffelijke lunch die zij serveerde. Gedineerd werd er nauwelijks.                        
Er stond mij een fikse investering te wachten om een en ander te krijgen
zoals ik dacht dat noodzakelijk was voor een goede bedrijfsvoering en uitbreiding van het pakket  ter verhoging van de omzet, wat absoluut noodzakelijk was, wilde we ‘de kost’ er kunnen gaan verdienen. Gelet op mijn voorgaande activiteiten was ik me hiervan natuurlijk terdege bewust.
'Maar alles sal regkom' was mijn gedachte en dat lukte ook. Na enkele maanden ‘stevig’  in de weer te zijn geweest, en het meeste ongeveer ‘op een rijtje’ te hebben, lieten we de ruim 100 m2 bedrijfsruimte ( ca 25 voor keuken, toiletten en opslag en een 80 voor bar en zitruimte, totaal ca 60 zitplaatsen, incl. 12 barkrukken en de stamtafel ) een behoorlijke opknapbeurt ondergaan. Zo verbouwden we de keuken en vernieuwde er veel apparatuur enz. We plaatsten een geheel nieuwe bar en het Restaurant werd behoorlijk aangepakt en van een nieuw plafond voorzien, de wanden, waar veel oude landbouw- en boerderijwerktuigen,ter decoratie, op waren aangebracht lieten we nagenoeg intact.                          
We konden er tegenaan. Het duurde daar integen nog wel enige tijd voordat alles echt ‘gesmeerd’ verliep, soms kwamen we er bij sluitingstijd achter dat we nog niet eens aan eten toe gekomen waren en werd er maar gauw een ‘balletje’ gesnackt, maar dat kon zo niet doorgaan natuurlijk. Ook Jeanne had het gigantisch druk, daar ze het
eerste jaar ook haar baan bij Livera nog had aangehouden, was ze daar klaar, dan droeg ze haar steentje weer bij in ‘de kroeg’, het was haar dan ook aan te zien. Al doende brachten we er lijn in, er werd door iedereen op tijd gegeten, de arbeidstijden werden verantwoord ingedeeld en de sluitingstijden redelijk gehandhaafd, maar ik denk dat we toen wel ruim een jaar verder waren. Gelukkig zat ‘de loop’ er goed in en behoefden we het een en ander niet voor niets te doen, het gaf voldoening en we bleven het leuk vinden. 

"Tropenjaren"

Tropenjaren".
Zo kunnen we de 13 jaar dat we de ‘Reehorst’ exploiteerden gerust noemen, want als je in zes dagen van de week zo,n 70 tot 80 uur met je ‘winkeltje’ bezig bent, blijft er voor andere dingen niet veel tijd over. Natuurlijk stond niet iedere minuut van de dag het zweet ons op het voorhoofd, doch werd onze aanwezigheid wel verwacht. We hebben het ook altijd vanzelfsprekend gevonden dat we zelf, of in ieder geval één van ons beide in de zaak aanwezig was. Dit heeft zeker ‘klantenbindend’ gewerkt, de vaste klanten hadden het ook eerder over bij "Jeanne en Flip" dan over ‘De Reehorst’ .
Ik meldde reeds eerder, dat het bij aanvang, even duurde voordat we onze eigen maaltijden een beetje op een rijtje kregen. We zorgden er voor dat we zelf, soms met enige afwisseling, zo rond de klok van zeven uur onze maaltijd gebruikten en deden dit aan de stamtafel in het restaurant, al snel had dit tot gevolg dat gasten dit ontdekten en vroegen of ook zij aan deze maaltijd konden deelnemen. Dit hebben we snel opgepakt en lijn in gebracht, waardoor er een prima ‘Table d’Hote‘ werd gecreëerd en kon er voor een schappelijke prijs, bij opgave,van een prima 3 gangen ‘dagschotel’ gebruik worden gemaakt. Veelal waren dit gerechten die niet op onze spijskaart waren te vinden, meestal verse producten, als groente, gekookte aardappelen, diverse vleesgerechten, o.a 'draadjesvlees', rollade, gebraden kip ec. Hierdoor ontstond er in de loop der tijd een soort grote ‘familie Reehorst’. Er waren een paar ‘alleenwoners ’ waar we zonder afzegging, altijd op konden rekenen. Het was doorgaans erg gezellig bij deze maaltijden, en we hebben er vrienden aan overgehouden waar we, tot op dit moment, nog regelmatig contact mee hebben, en zodoende we ons zelf betitelde als 'De huiskamer van Woerden'
Ons personeelsbestand lag doorgaans zo rond 2 tot 3 personen in vaste dienst met een volledige werkweek, aangevuld met een aantal parttimers en oproepkrachten. Daar de zaak was gevestigd in het centrum van Woerden,maakte natuurlijk het winkelende publiek een flink deel van onze doelgroep uit, waardoor we een prima ‘dagzaak’ hadden en waarop we de openingstijden hadden afgestemd. De deur stond open van 10 tot 22 uur, met uitzondering van Vrijdag ( koopavond ) en Zaterdag , dan werd het weleens erg laat, daar er vrije sluitingstijden waren in Woerden, Zondags waren we gesloten, behalve bij eventuele evenementen of tijdens de spaarzame ‘Koopzondagen’ dit was dan eigenlijk wel een directe ‘aanslag’ op onze vrije tijd, de vrije zondagen waren ons derhalve ‘zeer heilig’.
Het laat zich raden dat er in 13 ‘kroegjaren’ vele bijzonder voorvallen plaats hebben gevonden, meestal leuke maar natuurlijk ook minder leuke ‘geintjes’ het gaat me te ver om daar in deze rubriek op in te gaan, maar in de link ‘herinneringen ‘ zal ik er t.z.t. wel eens ‘kond’ van doen. Toen we ons zo’n dikke elf jaar in de horeca hadden uitgeleefd en de tand des tijds merkbaar werd, overdachten we samen," hoelang moeten we hier mee doorgaan? " en zijn we ons, met bijstand van deskundigen, eens gaan verdiepen hoe we het beste onze activiteiten konden afbouwen en afscheid konden gaan nemen van het horecaleven. We hebben toen, na rijp beraad, besloten de zaak ( goodwill en inventaris ) te koop aan te bieden en voor het vastgoed, waarvan we in de loop der tijd het eigendom hadden verworven, een (ver)-huur overeenkomst aan te gaan.
Doordat er niet echt dwang achter zat, en we er de tijd voor konden nemen, zijn we met zo’n verkoop ongeveer een jaar bezig geweest en droegen we in Maart van 1999 de zaak aan een nieuwe exploitant over en stond er ons een verhuizing te wachten.

"Oostwaarts"

Terug naar Zutphen,

Het is inmiddels 2012 geworden, als ik deze volgende periode aan het ‘papier toevertrouw’, dus is het al weer ruim dertien jaar geleden dat we De Reehorst aan een volgende exploitant over hebben gedragen.
Na de overdracht van de exploitatie stond het voor ons wel vast dat we de woning boven de zaak niet zelf zouden blijven bewonen, maar deze tevens, onder enkele voorwaarden, in de huurovereenkomst met een volgende exploitant zouden meenemen. Onze mening was : Een nieuwe exploitant niet voor de voeten lopen, deze moest op een geheel eigen manier zijn zaken gaan regelen.
Dan ga je jezelf tevens afvragen of het zelfs niet beter is om dan ook Woerden maar te verlaten. Dan behoeft er geen ergernis over en weer te ontstaan over een juiste bedrijfsvoering of andere zaken ! Ook van opinies, goed of slecht, van voormalige klanten, blijf je ‘verschoond’. De familie was intussen ook zodanig ‘verkleind’ ( mijn beide ouders waren gestorven ) dat daardoor ook geen binding meer met de regio bestond, waardoor een besluit om ons elders te vestigen weinig meer in de weg stond. Klanten, zelfs de fijnste en leukste, zijn opeens geen klant meer, wanneer je jouw zaak hebt verkocht, vrienden is wat anders, deze zouden zo dachten we, ook wel vrienden blijven ook als je buiten Woerden woont, tenminste de ‘echte’ en dat is gebleken.

Maar waar gaan we dan naar toe??? Zowel Jeanne als ik hadden goede herinneringen aan het ‘Oosten des lands’, Zutphen was ons destijds prima bevallen. Na ook nog eens her en der poolshoogte genomen te hebben, werd een terugkeer naar Zutphen een serieuze optie. Omdat we de woning in Woerden 1 April 1999 diende op te leveren, begon de tijd wat te dringen om woonruimte elders te verkrijgen. Om een en ander op een rustige manier te realiseren en geen eventuele foute beslissingen te nemen, hebben we toen besloten om eerst iets tijdelijk te huren, om vanuit die situatie een woning te kopen. Omdat we ook geen zin hadden om 2 maal ‘compleet te verhuizen’ kozen we voor een tijdelijk onderkomen op een recreatiepark, waardoor we bijna 3 maanden op recreatiepark Ruijgenrode te Lochem hebben doorgebracht, waarbij het overgrote deel van de inboedel werd opgeslagen. Dit was dus in het voorjaar van 1999, wat ons een geweldige ‘afkickperiode’ heeft opgeleverd. Ondanks dat de ‘druk van de ketel’ was, hadden we al in de eerste week, na ons vertrek uit Woerden, een besluit over een ‘nieuw onderkomen’ genomen en een huis gekocht aan de van Hoornlaan te Zutphen,het bestaan van nog enkele relaties alhier heeft ons daarbij geholpen. Overigens liet de afhandeling nog even op zich wachten,waardoor we op 1 Juli het huis in eigendom kregen en deze zo circa 10 Juli betrokken.

 

Welkom op onze website